| Over de strijd tegen fundamenteel onrecht In 2006 verlaat Boris Dittrich de Nederlandse politiek. Hij realiseert zijn droom en gaat in Naw York wonen, waar hij advocacy director van de afdeling seksuele minderheden van de internationale organisatie Human Rights Watch wordt. In Elke liefde telt reizen we met Brois Dittrich vanuit zijn standplaats New York de wereld over. We ontmoeten mensenrechtenactivisten, ambtenaren, politici en journalisten. Van Sunil, de voorvechter van homorechten uit Nepal tot president Abdoulaye Wade van Senegal. Van Juanita, de transgender-prostituee in Buenos Aires tot MAxime Verhagen, de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken.
Bij de Verenigde Natis in New York introduceert Dittrich 'de Bijbel voor seksuele minderheden', de Yogyakartabeginselen: een lijst met 29 rechten, in 2006 in Yogyakarta opgesteld, die essentieel is voor het beëindigen van discriminatie op basis van seksuele oriëntatie en genderidentiteit. Elke liefde telt is het verslag van de pogingen om discriminatie in kaart te brengen en ter discussie te stellen, en de internationale gemeenschap van een fundamenteel onrecht te overtuigen. In ontroerende en soms aangrijpende verhalen leren we via ontmoetingen met uiteenlopende mensen de wereld van de mensenrechten kennen en zijn we getuige van het taaie gevecht van gelijkberechtiging. Dit alles tegen de achtergrond van Dittrichs nieuwe leven in Amerika. Boris Dittrich studeerde rechten, werd advocaat in Amsterdam, rechter in Alkmaar en was ruim twaalf jaar Tweede Kamerlid voor D66, waarvan de laatste drie jaar fractievoorzitter. In 2001 verscheen van zijn hand Een blauwe stoel in Paars. Dittrich is getrouwd met kunstenaar Jehoshua Rozenman. |