| Simon, het zoontje van de rechter, is anders dan andere kinderen, want door zijn ouders heeft hij zowel Engels als Afrikaner bloed in zich (Afrikaners of Boere zijn de Afrikaans-sprekende afstammelingen van Hollanders en Duitsers).
Simon is een aardige jongen die bevriend geraakt met kleurrijke personages, zoals de kapper Trevor die per ongeluk in de geborneerde Afrikaner gemeenschap belandt en die een relatie krijgt met de postmeester Klasie Vermaak. Maar de platvloersheid van het dorp grijpt bij elke afwijking van de seksuele moraal hard in, bemerkt de jongen telkenmale in opperste verwarring.
Simon komt vervolgens in de stad Bloemfontein op de middelbare school terecht waar de Engels sprekende jongens liever geen ordinaire Afrikaner Strotkoppen zien. De 16-jarige schooljongen schrikt dan ook als zijn vroegere dorpsgenootje Fanie Van Den Bergh uit de bus stapt met armeluiskinderen van de technische school. De schoolleiding leek het een goed idee Simons elitaire school in een tennistoernooi tegen hen te laten spelen. Schaamteloos stapt Fanie op Simon af, alsof ze vroeger de beste vrienden waren. Elke vraag van Fanie brengt hem terug naar het stoffige dorp waar hij een zorgeloze jeugd beleefde. Hij realiseert zich dat dat voor Fanie anders moet zijn geweest. Als het toernooi vordert blijkt bovendien dat de armelui zich beter weten te weren dan verwacht. Het is aan Fanie en Simon de allesbepalende finale te spelen.
Ondanks de vreemde gevolgen van leven onder Apartheid en bekrompen religie is dit boek toch eerder komisch dan tragisch, omdat de knaap alle gebeurtenissen vertelt met een droge humor en omdat zijn kinderwereld is doorspekt met nogal excentrieke types.
Dit boek is ook verkrijgbaar als e-boek. |