| Het gezin Van Well woont in Limburg alwaar de vader kantonrechter is. De verhuizing van de hoofdpersoon van Limburg naar Amsterdam brengt de nodige bevrijding teweeg, vooral op het gebied van de jongensliefde. Spauwen beschrijft dit alles in een flamboyant, wervelend proza. Ook de actualiteit wordt in Allerheiligen niet geschuwd. "Zijn broertje mocht slapen bij hem in bed! Het was alsof Joris waakte over het jezuskindje zelf zo ontroerend en hij deed zijn uiterste best hem niet wakker te maken toen hij hem heel voorzichtig kuste." In Allerheiligen vertelt Arnold Spauwen over zowel de geestelijke als de lichamelijke liefde van Joris voor zijn jongere broer Sylvester. |